DE VERKNIPTE SPIJKERBROEK
In een vloeiende beweging werd de blauwe stof op de kniptafel uitgerold.
"Straks ben ik een persoonlijkheid," jubelde het steengewassen weefsel.
"Heb ik een eigen karakter met draden, naden, zakken, spijkers en een
rits."
In een flits zag hij zich hangen in een gezellige boetiek, samen met een
lange rij andere broeken. Daar werd hij als eerste gekocht door een
mooie, jonge vrouw, die hem met zorg droeg, die hem voorzichtig waste,
droogde en streek, die hem tot de gelukkigste spijkerbroek op aarde
maakte. Samen flaneerden ze door de straten van de stad. Hij zat met
haar op rieten stoelen, op barkrukken bekleed met tijgervel, zakte weg
in rood pluche. Af en toe gingen ze op reis en dan ontmoette hij de
meest exotische broeken. De stof glunderde en droomde zijn heerlijke
dromen.
Plotseling schoot een snerpende pijn door zijn achterpand.
"Kijk uit, sufferd," schreeuwde hij tegen de onhandige stagiaire. "Je
moet niet precies langs het patroon knippen. Hebben ze je dat nog niet
geleerd? Er moet ruimte overblijven voor mijn naden. Voor mijn mooie,
dubbele naden!"
De stagiaire leek zich niets aan te trekken van zijn geschreeuw en
gooide zijn verknipte achterpand onverschillig in de mand voor de
naaikamer.
Een giechelend meisje schoof zijn uitgeknipte panden onder de bewegende
voet van een naaimachine. Op en neer huppelende naalden trokken met hun
vlijmscherpe punten lange draden door zijn gebleekte, blauwe stof.
"Zie je niet dat mijn achterstuk verkeerd geknipt is?" De half in elkaar
genaaide broek probeerde boven het lawaai van de machines uit te komen.
"Ben je soms blind? Heb je geen gevoel voor verhoudingen?"
Het meisje deed net of ze niets hoorde.
Hij begon te krijsen: "Dit is een misdaad! Zo word ik een mismaakte
mislukkeling! Een misbaksel! Een misvormde miskleun! Alles is hier
mis... mis... mis... Uitgeput bleef de broek liggen en voelde niet dat
hij een glimmende rits, vier roestvrij stalen spijkers en een leren riem
kreeg.
Hij kende iedere spleet en iedere splinter in de houten vloer. Hoe lang
hij in de winkel hing wist hij niet meer. Ontelbare keren aangetrokken,
uitgetrokken, aangetrokken, uitgetrokken. Alle andere broeken waren al
verkocht en de nieuwe broeken lachten hem uit omdat hij iedere keer weer
terug kwam in het rek.
"Draaipijp, dwarsligger, draaikont," noemden de klanten hem. Elke dag
opnieuw. En dan dat winkelmens met haar rode viltstift. Afgeprijsd werd
hij. Tot in het oneindige afgeprijsd! Hoe lang kon dat nog doorgaan? Hij
kostte al bijna niets meer. De spijkerbroek schrok op uit zijn gepeins.
Hij werd uit het rek getild. Een slordig geklede vrouw met grijs
piekhaar keek op zijn prijskaartje. Een dikke, groezelige poedel
snuffelde aan zijn pijpen.
"Smeer 'm!" snauwde de broek. De poedel liet zijn tanden zien en gromde.
"Kan ik ook alleen de riem kopen?" hoorde hij de vrouw vragen.
"Ze horen bij elkaar, mevrouw."...
...
"Ik neem 'm."
"Ze neemt me alleen om mijn riem!" flitste het door de broek en hij keek
met grote schrikogen naar de verkoopster. Hij wilde niet met deze vrouw
mee en helemaal niet met die vieze hond. Dan bleef hij nog maar liever
even hangen. De verkoopster ontweek zijn blikken en duwde hem snel in
een benauwde, plastic tas.
Opeens was hij buiten; hij slingerde zachtjes heen en weer en hoorde
alleen het geklikklak van hakken en het hijgen van de hond.
De vrouw begon te praten; hij luisterde met een half oor. "Een koopje
hé?, Krullenbol!" zei ze tegen de poedel. "Alleen de riem is al meer
waard. Die broek neem ik gewoon op de koop toe. Past hij niet dan leg ik
'm lekker in je mand. Ben jij de enige hond met een spijkerbroek. De
enige in de hele wereld. Hoe vind je dat? Ja, kwispel maar, het vrouwtje
heeft het beste met je voor." Het was om te stikken in die tas en dat
mens ratelde maar door.
"Ik moet koste wat kost proberen iets van mijn leven te maken," mompelde
de spijkerbroek. "Als ik me heel ver uit ga rekken, lukt het me
misschien om goed te passen, word ik toch nog een geliefd kledingstuk."
Met een grote schaar knipte de vrouw het prijskaartje los en probeerde
haar kuiten in zijn te krap genaaide stof te persen.
"Hier was ik al bang voor," jammerde de broek. "Verder kan ik echt niet!
De rek is er uit. Nog even en ik scheur uit mijn dubbele naden."
Ze ging met hem op een bed liggen om zijn rits dicht te krijgen; hij
probeerde mee te helpen maar verder dan drie tandjes kwam hij niet.
"Het lukt niet, Krullenbol," zei ze tegen de hond. "Ik heb nog nooit
zo'n raar model gezien. Hier, hij is voor jou." Ze legde de spijkerbroek
zorgzaam in de hondenmand.
De poedel begon als een bezetene te blaffen en bleef met strakke poten
voor zijn mand staan.
De broek voelde dat hij razend werd. Verknipt, miskend, uitgescholden,
en gedegradeerd tot hondendeken voor een poedel die hem ook niet wilde.
Er knapte iets in zijn stiksels.
"Ik ben verknipt! Totaal verknipt!" bonsde het in zijn hoofd. Hij gooide
zijn pijpen met een woeste beweging over de rand van de mand, precies
in de drinkbak van de hond en slurpte in een keer de hele bak leeg.
"Blijf van mijn drinken af, snertbroek," gromde de poedel.
De spijkerbroek begon hysterisch te krijsen: "Krullenbul! Harige
rolmops! Ik ben verknipt en zo ga ik me ook gedragen! Let jij maar eens
op!"
De poedel was op zijn hoede, maar wilde zich niet laten kennen en zette
een voorzichtige poot in zijn mand. Razend snel sloeg de broek zijn
natte pijpen om het hijgende lijf. De hond wist zich los te rukken,
glipte door de openstaande rits naar binnen en kroop zo ver mogelijk
weg. De broek sloot vliegensvlug alle openingen af en siste: "Hier kom
je niet levend uit, Krullenbul. Ik zal jullie leren mijn leven te
vergallen."
De poedel krabde... hijgde... jankte... en beet zich vast in de
spijkerstof. Plotseling werd het kledingstuk vastgegrepen en uitgeschud.
Net zo lang tot de poedel tevoorschijn kwam.
"Arme schat! Kindje toch!" riep de vrouw. "Raakte je zo verstrikt in dat
malle ding? Weet je wat we doen, we stoppen 'm in de kledingzak voor de
arme mensen in Polen." De hond jankte dankbaar.
De spijkerbroek lag geklemd tussen truien, rokken, een lange regenjas en
twintig paar opgerolde sokken.
"Weten jullie waar Polen ligt?" vroeg hij.
"Dat is een land in Oost-Europa," wist de regenjas.
"Gaan we naar het buitenland?" De broek keek vol verwachting naar de
lange jas.
"Het schijnt zo."
Niet gek, dacht de broek en hij zei: "Naar het buitenland gaan is een
grote wens van me."
"Heb jij even mazzel." De regenjas hoestte. "Stel je er maar niet teveel
van voor. Het leven is daar heel anders dan hier en ik kan het weten
want ik ben er gemaakt."
Dat kan me niet schelen, dacht de spijkerbroek. In Polen waren ze
hopelijk niet zo verwend. Waren ze misschien wel blij met hem. Het leven
zag er een stuk rooskleuriger uit.
Na een eindeloze rit werden de zakken uit de vrachtwagen gegooid. De
broek luisterde gespannen of hij de vreemde taal kon verstaan.
"Een beetje opschieten, jongens! We hebben niet de hele dag de tijd!"
Ik versta Pools, dacht de spijkerbroek verbaasd. Hoe bestaat het. Ik
versta Pools! Ik ben een talenwonder.
De plastic zakken werden opengeknipt; de in elkaar geperste kleding
rolde over een lopende band. Met korte, schokkende bewegingen werd de
broek tussen een wirwar van kleren voortgeduwd. Hij keek spiedend om
zich heen. Waar kwam dat helse kabaal toch vandaan? Zijn ogen bleven
hangen aan de tekst op een groot uithangbord bij de deur:
PAPYRUS
de fabriek voor alternatieve
papierverwerking
N E D E R L A N D
Nog voor de woorden goed en wel tot hem waren doorgedrongen lag hij al
in een grommende machine en werd hij samen met andere gillende kleren
door scherpe, scharende messen in kleine stukjes geknipt.
Wow, Fem! Je hebt hier gewoon een kledingthriller geschreven! Briljant! Heerlijk leesvoer :D
BeantwoordenVerwijderenGroetjes, Anja